COMENIUS Zomercursus 2017

Comenius

Beste studenten,

Ook dit jaar organiseert Comenius, de Vereniging voor Neerlandistiek in Centraal-Europa, een Zomercursus Nederlandse Taal en Cultuur. De cursus vindt plaats van 9 tot 19 juli 2017 in Olomouc (Tsjechië).

Inhoudelijk

De cursus staat dit jaar in het teken van media. Er wordt aandacht besteed aan verschillende soorten media zoals TV en social media, omdat deze media grote invloed hebben op onze maatschappij.

Het docententeam bestaat uit Nederlandse en Vlaamse docenten. Behalve lessen taalverwerving en lezingen over het thema media staan verschillende (culturele) activiteiten op het programma.

Praktisch

De cursus is bestemd voor bachelorstudenten Nederlands in Centraal-Europa die (in juli 2017) minstens twee semesters Nederlands achter de rug hebben. De voorkeur wordt gegeven aan studenten die nog géén zomercursus (in Gent, Zeist of Centraal-Europa) hebben gevolgd.

Net als de voorgaande edities wordt de zomercursus in Olomouc gefinancierd door de Nederlandse Taalunie en CEEPUS. Ook de Algemene Afvaardiging van de Vlaamse Regering in de Tsjechische Republiek en de Nederlandse Ambassade hebben een bijdrage toegezegd. Dankzij deze financiële steun is deelname aan de cursus ook dit jaar kosteloos – accommodatie en twee maaltijden per dag inbegrepen. De reiskosten zijn echter voor rekening van de deelnemers. Ook dienen zij lid te worden van de vereniging Comenius. Bij aankomst betalen zij daartoe 5 euro contributie.

Aanmelden

Geïnteresseerde studenten kunnen zich tot 31 december 2016 aanmelden via een online formulier, raadpleegbaar op onderstaande link:

https://docs.google.com/forms/d/e/1FAIpQLSfu3E99onYcerWzW6RJb0idoL7IcElgLbYkbN4Ex8zb7MTurg/viewform?entry.1344867431&entry.1731074519&entry.1082503674&entry.1612092311&entry.759729082&entry.1392426013&entry.295109454&entry.1077187395&entry.1551573430&entry.736170639&entry.1900824580

 

Contactpersoon voor onze instelling: Nikolay Popov (popov.nikolay@yahoo.com)

FacebookGoogle+

Racisme in “Alleen maar nette mensen”

Op het programma van onze Nederlandse Avond stond de film “Alleen maar nette mensen” die na verschillende discussies is geschrapt. De redenen daarvoor hebben te maken met de controversiële thema’s die behandeld worden. Namelijk, welk beeld van de multiculturele samenleving in Nederland brengt de film/het boek naar vorenen hoe wordt dat door de lezers/de kijkers geïnterpreteerd.

De film kan als basis dienen voor  negatieve meningen over de niet-blanke  bevolking in Nederland, Afro-Surinamers in het bijzonder. Hij is gebaseerd op een controversiële bestseller van de Nederlandse auteur Robert Vuijsje, die in 2009 ook een verhit debat veroorzaakte over de verbeelding van de Surinaamsen als oversekst en simplistisch. Maar nu, met echte mensen die de stereotypen in hun rol weergeven, wordt het alleen maar verschrikkelijker. Er kan veel gezegd worden over de film en de uitbeelding van verschillende stereotypen. Maar wat me het meest opviel is de discussie over de vraag of de film racistisch is of niet.

Omdat David (de hoofdpersonage, komt uit een rijke Joodse familie) noch ‘street cred’ heeft, noch zwarte vrienden, belt hij de enige zwarte persoon op die hij nog kent van de middelbare school. Hij hoopt dat zijn vriend hem met een “zwarte negervrouw” in contact kan brengen, nog preciezer met een “ghetto koningin”. Al snel wordt duidelijk wat wordt bedoeld met die term: een zwarte vrouw die te smalle hotpants draagt, grote sommen geld aan haar haar en nagels besteedt en – het meest opvallend – een grote kont heeft.

1064110440

Detail uit de film.

Natuurlijk neemt zijn vriend hem mee naar ”het veld”, waar David zijn “ghetto koningin” zal ontmoeten. Rowanda woont in de Bijlmer, een real-life buurt in Amsterdam waar vooral allochtone en Nederlandse Surinamers wonen. De Bijlmer is gelegen ten oosten van het centrum van de stad en wordt ook wel “Little Paramaribo” genoemd, een vertederende verwijzing naar de hoofdstad van Suriname.

bijlmer-eist-geluk

Bijlmer eist geluk

Alle denkbare clichés en racistische vooroordelen over de Surinamers en de Bijlmer worden in werking gesteld.Als gevolg van een aantal sociaal-economische problemen, werd de Bijlmer al snel een Nederlandse “ghetto”. Hoewel ghetto een zeer sterk woord met verwoestende gevolgen in de recente Europese geschiedenis is, wordt het nog steeds gezien als een “no-go area” door degenen die daarbuiten wonen.

Het kan waar zijn dat er inderdaad moppen worden gemaakt over andere minderheden in de film, maar deze zijn slechts opmerkingen van de personages. Joodse mensen zijn de andere groep die is onderworpen aan stereotypering, maar ze (David’s ouders, zijn ex-vriendin en zijn familie) zijn  in het slechtste geval voorgesteld als koppig en egocentrisch. Het zijn de stereotypen van Surinamers die altijd bevestigd worden – niet alleen in de interactie met andere allochtonen, maar ook wanneer ze vergeleken worden met blanke mensen.

alleenmaar

Detail uit de film. Rowanda ontmoet de ouders van David.

Rowanda wordt afgeschilderd als de “gemiddelde” Bijlmerinwoner. Ze is werkloos, haar kinderen zijn van twee verschillende mannen die op hun beurt constant vreemdgaan met tientallen andere vrouwen. Door haar schijnbaar “traumatische” ervaring met mannen, is Rowanda een “gekke zwarte vrouw” geworden. Het geslachtsverkeer lijkt afgedwongen want de mannen kopen kleding voor de vrouwen, mobieltjes of haarverlengingen in ruil voor seks.

De mannen aan de andere kant leven alleen voor seks en met uitzondering van hun eigen moeder zijn ze geportretteerd als absoluut respectloos tegen vrouwen omdat ze altijd vreemdgaan en liegen, terwijl ze hun eigen gedrag verheerlijken.Bijna alle zwarte mensen in de film spreken met een accent, zijn allemaal luid en het blijkt dat niemand intellect heeft.De laatste druppel is het gebruik van een geremixte versie van het Surinaamse volkslied, wat de reproductie van historische stereotypen van de Afro-Surinamers en mensen die in de Bijlmer wonen compleet maakt.

Ongetwijfeld zal dat dienen als meer voer en bewijs voor de fans van de film die beweren dat de critici te gevoelig zijn voor het verhaal. In tegenstelling tot wat men zou verwachten is een groot deel van de Afro-Surinaamse gemeenschap niet van mening dat de film hen verkeerd voorstelt. Maar andere mensen op verschillende forums hebben opgeroepen tot een boycot. Op een forum met betrekking tot de film heb ik een commentaar gevonden die de situatie goed kan samenvatten: “Als witte mensen willen geloven dat alle Surinamers inderdaad zo’n gedrag hebben, dan is dat hun eigen probleem.”

door Kera Paligorova

FacebookGoogle+

Het Internationaal Studentendictee der Nederlandse taal 2016

wordcloud copy

Beste studenten,

Het Internationaal Studentendictee der Nederlandse taal vindt voor de tweede keer plaats aan onze universiteit.

Er wordt aan 16 universiteiten uit Centraal- en Midden-Europa gedicteerd. Comenius en de Algemene Afvaardiging van de Vlaamse Regering in Centraal-Europa zorgen voor prijzen per vakgroep en voor één hoofdprijs voor de hele regio.

Wie wil bewijzen dat hij/zij de Nederlandse spelling onder de knie heeft, is van harte welkom!

Datum: 19 april

Tijd: 12.30 uur

Plaats: Centrum voor Nederlandse Taal en Cultuur, zaal 603 (Rectoraat)

FacebookGoogle+

Het monument Indië-Nederland in Amsterdam: welke verhalen vertelt het ons?

Het monument Indië-Nederland werd in 1935 in Amsterdam-Zuid onthuld als eerbetoon aan de Nederlandse luitenant-generaal en gouverneur-generaal van Nederlands-Indië Joannes Benedictus van Heutsz. Het monument toont een ruim vier meter hoge vrouwenfiguur met een wetsrol in de hand, staande onder een grote zon en in een ruime vijver. Links en rechts van het beeld zien we twee leeuwen en de wapenschilden van Batavia en Amsterdam. Aan weerszijden zijn er nog meer tekens die de Indische cultuur, flora en fauna illustreren. Dit indrukwekkende monument verbeeld de herinneringen aan het koloniale verleden en ook de krachttoeren van generaal Van Heutsz. Het monument staat symbool voor het Nederlands-Indische erfgoed.

1-ste

Indië-Nederland monument in Amsterdam

 

Pas in 2001 kreeg het monument zijn huidige naam. Omdat Van Heutsz verantwoordelijk werd gesteld voor de zwarte tijd in Atjeh, besloot de stadsdeelraad toen om de constructie om te dopen tot “Monument Indië-Nederland”. J.B. van Heutsz was commandant van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger en hij had Atjeh onder Nederlands gezag gebracht door de opstanden aldaar op een gewelddadige manier neer te slaan met duizenden slachtoffers als gevolg.

Terwijl het monument in Nederland nog altijd bestaat, is het monument in Batavia – het huidige Jakarta – ter ere van dezelfde commandant na de onafhankelijkheid direct gesloopt. Van het monument in Batavia is alleen de zogenaamde “kop van een Javaan” in het Rijksmuseum achtergebleven. Dit is een veelzeggend voorbeeld wat betreft de houding van de Indische bevolking ten opzichte van Van Heutsz.

2-de(3)

Van Heutsz-monument in Batavia, met rechtsboven de “kop van de Javaan”.

 

Het Amsterdamse monument wordt op verschillende manieren gezien. Officiëel is het “een herinneringsteken voor de relatie tussen Nederland en Indië tijdens de koloniale periode”. Maar wat betekent dat precies? “De relatie” klinkt heel vaag. Voor sommigen is het een herinneringsteken voor alle slechte acties van Nederland in Indonesië tijdens de koloniale periode – racisme, geweld, “politionele acties”. Voor anderen is dit monument een herinnering aan de gouden eeuw van het Nederlandse rijk – een betere tijd. En wat betekent het monument voor de kinderen en kleinkinderen van de Indisch-Nederlandse bevolking? Op welke manier herinnert het hen aan de moeilijke geschiedenis van de Nederlandse aanwezigheid in Nederlands-Indië?

Misschien zal men nooit vergeten dat dit monument ten ere van Van Heutsz was opgericht. Dit is een monument dat door de winnaars werd gemaakt, de kolonialist, de “witte man”. Een verschillende naam kan de boodschap ervan moeilijk wijzigen. En ookal is de naam veranderd, heeft het weinig effect gehad. Sommigen noemen het monument nog steeds bij zijn oude naam – “het Van Heutsz monument” –, terwijl anderen het monument het liefst zien verdwijnen.

3-de

Indië-Nederland monument in Amsterdam

 

Het lot van het monument kan de gebeurtenissen uit het verleden natuurlijk niet veranderen. Het monument zou een plaats van herinnering moeten zijn, die het koloniale verleden kritisch belicht. De debatten over dit monument kunnen daar misschien juist aan bijdragen, aangezien ze de betekenis van het monument weer centraal stellen.

Door Bilyana Marchevska en Iolita Georgieva

FacebookGoogle+

Harry Mulisch: “Ik ben de Tweede Wereldoorlog”

Een van de bekendste schrijvers van het hele  Nederlandse taalgebied, Harry Mulisch, werd in 1927 in Haarlem geboren, in een tijd tussen de twee wereldoorlogen. Nederland bevond zich in de jaren 30 in een enorme economische crisis als gevolg van de Eerste Wereldoorlog. Maar dat was niet het grootste probleem voor het gezin van Mulisch. Ondanks de crisis, hadden fascistische en nationaal-socialistische partijen noch in België noch in Nederland veel succes. Dit heeft een bijzondere invloed op de ouders van de schrijver. De vader van Mulisch was van Oostenrijkse afkomst maar zijn moeder was jodin. In de oorlogsjaren was zijn vader een echte collaborateur. Dat was een hele moeilijke tijd voor Harry Mulisch, want in die tijd werden de joden in gevangenissen en in concentratiekampen opgesloten. Hoewel Mulisch niet direct aan de oorlog heeft deelgenomen, is hij ongetwijfeld door hem gevormd. Hij beschrijft zichzelf als de belichaming het trauma van de anderen. Enerzijds is er de figuur van zijn vader – een nazi-collaborateur en anderzijds die van zijn moeder – een slachtoffer van het nazi-regime. Dus een familie, die de oorlog zelf symboliseert.

mulisch1

Geboorteadvertentie uit het Algemeen Handelsblad, 29 juli 1927

Deze familieachtergrond bracht Mulisch tot de uitspraak “Ik ben de Tweede Wereldoorlog”. Deze woorden schrijft de grote meester van de Nederlandse literatuur Harry Mulisch op een ironische manier en misschien met een klein beetje arrogantie in zijn autobiografie. Het valt toch niet te ontkennen, dat hij en zijn oeuvre symbool staan voor de gruwel en de nasleep van de oorlog. Tegelijkertijd wordt Mulisch zelf blijkbaar beschouwd als een soort historicus van de Tweede Wereldoorlog. In zijn hoofd kwam altijd de vraag op: “Ben ik een slachtoffer of ben ik een dader?“ Thema’s als schuld en onschuld, goed en fout hebben hem altijd bezig gehouden.

Als een van de generatie der oorlogskinderen is Mulisch getraumatiseerd en sterk beïnvloed  door de oorlog, die in het midden van zijn werk en misschien ook van zijn leven staat. Maar, hij beschreef ook veel onvervulde verlangens of herinneringen uit zijn eigen leven in zijn boeken. De oorlog zelf is iets wat in het verleden gebeurd is en niet meer veranderd kan worden.

Voorkant van Harry Mulisch zijn oorlogsroman Siegfried uit 2001.

Hoewel deze grote shrijver al overleden is, spreekt zijn stem steeds nog in de hoofden van zijn lezers en bestaat zijn figuur steeds nog in de regels van zijn boeken. In de pagina’s van zijn boeken kan men hem op een intimiere manier ontmoeten. Zijn romans maken hem onsterfelijk. Hij schepte in zijn werk een nieuwe werkelijkheid op de basis van de al bestaande historische realiteit om ervoor te zorgen dat men nog steeds het verleden herinnert…en misschien ook hemzelf…uiteindelijk is hij de oorlog.

Door Veselka Petrova en Pavel Dimitrov

FacebookGoogle+

Aardrijkskunde van Bulgarije

Eerstejaars studente Yoana Stoyanova schrijft over de aardrijkskunde, het klimaat en sommige interessante steden van Bulgarije.

Bulgarije

Bulgarije ligt in Oost-Europa. Het grenst in het noorden aan de Donau en Roemenië, in het noordwesten aan Servië en in het zuidwesten aan Macedonië. Het grenst in het zuiden aan Griekenland en in het zuidoosten aan Turkije. Het land ligt aan de Zwarte Zee.
In Bulgarije heerst een landklimaat met warme zomers en koude winters. Noord-Bulgarije heeft een echt landklimaat met snikhete zomers en ijskoude winters. Ten zuiden van het Balkangebergte heerst een mediterraanklimaat. De gemiddelde temperatuur in het binnenland ligt rond de 24 graden. Bulgarije heeft alle vier seizoenen.
Bulgarije bestaat voor 31,5% uit laagland, 41% uit heuvels en 27,5% uit bergen. In het land zijn er veel steden en dorpen die interessant om te bezoeken zijn. Plovdiv bijvoorbeeld is een stad waar je veel oude huizen en een oud amfitheater kan zien. Een andere interessante stad is Svisjtov. Hij is kleiner dan Plovdiv en is één van de bekendste steden in Bulgarije. De stad is bekend als de geboorteplaats van Aleko Konstantinov. Daar is ook het meesterwerk van Kolyo Ficheto te zien – de kerk “Heilige Drievuldigheid” , die één van de meest opvallende voorbeelden is van de architectuur van de Bulgaarse wedergeboorte.Er is ook een oud dorp vlakbij Svisjtov – Nove (Novae). Het ligt vier kilometer ten oosten van Svisjtov. Het is een antiek dorpje dat door het Romeinse Rijk was gebouwd.

FacebookGoogle+

Comenius Zomercursus

1409833532_large

Ook dit jaar wordt de Comenius Zomercursus Nederlandse Taal en Cultuur georganiseerd. Die vindt plaats van 3 tot 14 juli 2016 in Brno, Tsjechië.

Inhoudelijk

De cursus staat dit jaar in het teken van taalvariatie. Onder het motto “ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is” wordt aandacht besteed aan regionale en stilistische variatie van het Nederlands: van de Vlaamse tussentaal tot Surinaams-Nederlands, van jongerentaal tot gekleurd taalgebruik.

Behalve lessen taalverwerving en lezingen over het thema taalvariatie staan verschillende (culturele) activiteiten op het programma.

Praktisch

De cursus is bestemd voor Bachelorstudenten Nederlands in Centraal-Europa die (in juli) minstens twee semesters Nederlands achter de rug hebben. De voorkeur wordt gegeven aan studenten die nog géén zomercursus (in Gent, Zeist of Centraal-Europa) hebben gevolgd.

Net als de voorgaande edities wordt de zomercursus in Brno gefinancierd door de Nederlandse Taalunie. Ook de Algemene Afvaardiging van de Vlaamse Regering in de Tsjechische Republiek en de Nederlandse Ambassade hebben een bijdrage toegezegd.

Dankzij deze financiële steun is deelname aan de cursus ook dit jaar kosteloos – accommodatie en twee maaltijden per dag inbegrepen. De reiskosten zijn echter voor rekening van de deelnemers. Ook dienen zij lid te worden van de vereniging Comenius. Bij aankomst betalen zij daartoe 5 euro contributie.

Aanmelden

Geïnteresseerde studenten kunnen zich tot 31 maart 2016 aanmelden via een online formulier, raadpleegbaar op onderstaande link:

http://goo.gl/forms/uoJg0HgGTi

Contactpersoon: Nikolay Popov (popov.nikolay@yahoo.com)

FacebookGoogle+

De mop: een manier om de waarheid te zeggen

Zoals jullie weten zijn België en Nederland buurlanden. Maar weten jullie ook dat er veel moppen zowel over de Nederlanders als over de Belgen worden verteld? Als buitenlander ben ik er wel benieuwd naar wat ze van elkaar vinden.

Begin

In de ogen van de Nederlanders zijn de Belgen voornamelijk dom. Ze hebben eigenlijk helemaal geen hekel aan de Belgen. Ze vinden hen zelfs meestal sympathiek maar ze zien hen gewoon als een beetje dom. De Belgen beschouwen de Nederlanders als gierige, luidruchtige, arrogante en onhygiënische mensen. Volgens hen hebben de Nederlanders een heel raar accent en ze zijn altijd bereid om meteen te zeggen wat ze denken. Als je hoort: “Wat heb je een lelijke jurk aan vandaag!”, is dat helemaal niet aangenaam maar een Nederlander kan het gewoon tegen je zeggen omdat ze heel direct zijn.

Elk land bedenkt zijn eigen grappen en moppen over zijn buurlanden om hen vooral in een kwaad daglicht te zetten en zichzelf als een slimmer, opener en beter volk te presenteren. De cultuurverschillen spelen een grote rol bij het bedenken van moppen.

De Belgen willen het stereotype naar voren brengen waarin de Nederlandse zuinigheid zichtbaar wordt. Dit stereotype komt duidelijk naar voren in de volgende grap: toen de Hollander de lotto gewonnen had, zei zijn vrouw dat ze de wereld wilde zien en hij kocht een atlas voor haar… Ik geef jullie nog een voorbeeld. Als je een Belg vraagt hoe een Nederlander tomatensoep drinkt, zal hij zeggen: “Warm water in een rood bord.” Nog een grappig mopje volgens de Belgen: “Waarom hebben Nederlanders van die grote neusgaten?” En het antwoord is: “Want lucht is gratis.” En weet je waarom een Nederlander altijd twee lege flessen in de koelkast heeft staan? Dat is voor de mensen die niets willen drinken.

Middenstuk

Anderzijds vertellen de Nederlanders moppen waaruit duidelijk wordt hoe achterlijk de Belgen zijn: “Waarom opent een Belg een pak melk in de winkel? Want op het pak staat: hier openen!” De Nederlanders hebben veel grapjes over de Belgische domheid, bijvoorbeeld: “Een Belg en zijn zoontje staan naar de zee te kijken, zegt het zoontje: “Kijk pappa, daar vaart een boot!”. Zegt de Belg: “nee dat is geen boot maar een hoverkraft.” Vraagt het zoontje: “Oh… hoe schrijf je dat, pappa?”. Waarop de Belg reageert: “Oh nee het is toch een boot!”

Waar komen deze stereotypen vandaan? Misschien omdat de Nederlanders en de Belgen elkaar niet goed begrijpen wegens de taalverschillen en verscheidene dialecten. Helaas weten we dat niet zeker. We weten alleen dat zulke mopjes al jaren bestaan en er ook nog lang zullen blijven.

Eind

Door Svetoslava Petkova en Yoana Petrova

FacebookGoogle+

100 studenten, 30 landen, 1 taal: Nederlands

Vierdejaars studente Veselka Marinova heeft in 2015 de Zomercursus Nederlandse Taal en Cultuur in Zeist gevolgd. In haar tekst schrijft ze over de cursus zelf en haar indrukken.

4611887

Over de zomercursussen in Nederland en België zijn mijn studiegenoten en ik via onze docenten te weten gekomen. Ze stelden ons ervan op de hoogte hoe we ons konden aanmelden. Dit gaat via de website van de Taalunie, waar je een aanmeldingsformulier moet invullen. Op die manier wordt je inschrijving geregistreerd. Je moet ook op de vraag antwoorden of je over een Certificaat Nederlands als Vreemde Taal (CNaVT) beschikt en als dat het geval is, voor welk profiel je bent geslaagd. Volgens mij was dat een groot voordeel voor mij in tegenstelling tot de andere kandidaten, want ik heb er een. In februari nemen medewerkers van de Taalunie contact op met onze docenten en op basis van hun advies worden de kandidaten al dan niet geselecteerd. Als je toegelaten wordt tot de cursus, krijg je in mei een link naar een digitale niveautoets. Dit is eigenlijk een toets ter bepaling van het taalniveau van de cursist zodat je in de ideale groep kan worden geplaatst. De online-toets bestaat uit 3 onderdelen: taal in gebruik (woordenschat, spelling en grammatica), lezen en luisteren. De eerste dag van de cursus word je spreekvaardigheid nog getoetst. Op basis van de resultaten van beide toetsen kom je in de meest passende groep terecht. En dan begint de avontuurlijke vakantie, oh, ik bedoel de cursus.

De plaats van de cursus was het Woudschoten Hotel & Conferentiecentrum in Zeist, dat echter meer op een kasteel in een bosrijk gebied leek. Daar logeerden we, de deelnemers, 97 studenten uit 31 verschillende landen. Uit Zweden, Zuid-Afrika, de Verenigde Staten, China, India, Indonesië, Rusland, Spanje, Polen, Portugal, Argentinië, Duitsland enz. Iedereen met een verschillende cultuurachtergrond, een verschillende religie, een verschillende levensstijl, maar het enige, wat ons verbond, was de Nederlandse taal. Het Nederlands was namelijk het enige communicatiemiddel tijdens deze drie geweldige weken. De vreemde taal was niet alleen een instrument voor communicatie, maar ook een noodzakelijkheid als je wilde zeggen wie je bent, wat je voelt en denkt.

Voor de gehele duur van de cursus waren we op basis van volpension te gast in het conferentiecentrum. Daar verbleven we in tweepersoonskamers. Mijn kamergenote kwam uit Rusland en tot nu toe zijn we heel goede vriendinnen. Nog bijna elke dag chatten we met elkaar, natuurlijk in het Nederlands. In het conferentiecentrum bevond zich ook een bibliotheek, waar je de bekendste woordenboeken en naslagwerken kon raadplegen. Romans van bekende schrijvers of dvd-films kon je ook lenen. Er was ook een kelderbar, waar we ons bijna elke avond amuseerden. We organiseerden ook een karaokeavond die heel interessant was, omdat we in het Nederlands moesten zingen.

En nu over de lessen. Nee, eerst over de docenten. Deze mensen waren superleuk! Ze waren niet alleen onze docenten, maar ook onze vrienden. Ze ontwikkelden het lesprogramma zodat het Nederlands optimaal gebruikt kon worden. Elke dag hadden we lessen die in 13 verschillende thema’s waren verdeeld, elk belangwekkend op zich. Elke dag kregen we ook huiswerk, maar we deden het graag. Bijvoorbeeld moesten we gezegden verzinnen, essays schrijven of over onze nationale helden vertellen. Zo vernamen veel mensen van Vasil Levski en van onze geschiedenis. Ze waren echt verbaasd en onthielden die naam heel goed. Tijdens de lessen speelden we ook spelletjes die met kunst waren verbonden. Iemand beschreef met een paar woorden een bepaald kunstwerk en iemand anders moest het raden en het op een velletje schetsen.

Voor de sluitavond heb ik een grappig gedicht over mijn docent geschreven, dat ik hem als cadeau gaf.

Hierna het gedichtje:

 

Siebren

 

Siebren, Siebren, onze docent,

hij is in Woudschoten tamelijk bekend

met zijn gitaar en met zijn tennis-talent,

met zijn glimlach zoals op dit moment.

 

Siebren, Siebren, die niet zo goed telt,

omdat hij de groepen moeilijk verdeelt,

hij probeert met vier, drie, vier,

en dan zegt ie: wiskunde is geen plezier!

 

Siebren, Siebren, die van spelletjes houdt,

hoewel hij is een beetje oud,

Hij maakt ook grapjes tijdens de les,

wat soms betekent pijnlijke stress.

 

Maar we lachen om zijn verhalen,

zodat hij die niet meer hoeft te herhalen.

In ander geval, als we zwijgen,

dan zullen we huiswerk krijgen.

 

Essay schrijven, of gedicht verzinnen,

zodat hij zijn kalmte kan herwinnen.

Ik hoop erop, dat hij dit grapje begrijpt,

zeker en vast, hij behoort tot groep vijf!

 

Naast de hoofdlessen hadden we ook keuzevakken. Alle deelnemers volgden het keuzevak waarvoor ze zich eerder hadden ingeschreven. Bij het keuzevak zat je niet in je gewone groep, maar zaten alle studenten door elkaar, ongeacht het taalniveau. Mijn eerste keuzevak was Conversatie, waarbij het accent op het verbeteren van de spreekvaardigheid lag. We oefenden formele en informele gesprekken. We letten niet alleen op woordkeuze, maar ook op spreeksnelheid, klemtoon en intonatie. Het tweede keuzevak was De vele kleuren van Nederland. We praatten veel over de diversiteit in de Nederlandse samenleving . En het laatste, maar het beste keuzevak was Vertalen op basis van het werk van een gastauteur. Het ging om de laatste roman van Kader Abdolah, die de derde week van de zomercursus een lezing gaf. Maar 9 studenten moesten in het bijzijn van de schrijver hun vertaling voorstellen, waaronder ook ikzelf. Iedereen moest in zijn eigen taal vertalen en voorlezen en als iemand in het publiek van dezelfde taalgroep zijn taal hoorde, moest hij opstaan. Tijdens mijn lezing stond niemand op, omdat ik de enige studente uit Bulgarije was. Dat wekte indruk op Kader Abdolah en hij vroeg, welke taal dat was. Toen deelde hij mee, dat hij onze taal heel mooi vond. Na de lezing kregen we een boek van Kader Abdolah, met handtekening. Wat een toffe ontmoeting!

Een keer per week hadden we ook andere lezingen met andere gastdocenten. De eerste week ging het over de watersnoodramp in Nederland. In mijn groep was ik de enige die zoveel over 1953 wist, en mijn docent was zelfs verbaasd.

Zo kregen we drie weken lang de gelegenheid om niet alleen ons gevorderd Nederlands bij te spijkeren volgens een uitgekiend lesprogramma, maar we hadden het ook over koetjes en kalfjes in het Nederlands: in de kantine, in de slaapkamer, in het centrum van Den Haag, op het fietspad naar Utrecht. O, ja: Op het terrein van Woudschoten zijn wandelroutes uitgezet. Er waren ook badmintonrackets beschikbaar en je kon er tafeltennissen. Dat was allemaal gratis. Er stonden ook 75 fietsen ter beschikking die we elke dag gebruikten. We hadden genoeg vrije tijd om Zeist en Utrecht zelf te kunnen ontdekken. Wie een vreemde taal leert, leert die pas echt als hij in het betreffende land is. Behalve Zeist en Utrecht bezochten we ook Amsterdam, Rotterdam, Leiden, Den Haag en de Hoge Veluwe. In Amsterdam maakten we een rondvaart door de grachten, wat eigenlijk een geweldige belevenis was. De rest van de dag besteedden we naar eigen keuze. Daarom had ik de gelegenheid om het Rijksmuseum te bezoeken. Dit is het grootste en belangrijkste museum in Nederland. Het biedt een overzicht van de Nederlandse kunst en geschiedenis. De collectie bestaat onder andere uit werken van 17e-eeuwse Nederlandse meesters als Rembrandt en Vermeer. De Nachtwacht van Rembrandt en Het melkmeisje van Vermeer waren echt indrukwekkend. In Rotterdam maakten we een rondwandeling en bezochten we het Natuurhistorisch museum. Daar mochten we het laboratorium  bekijken, dat in principe niet toegankelijk is voor andere bezoekers is. De kubushuizen en het symbool van Rotterdam, de Erasmusbrug, bezichtigden we ook. In Leiden zagen we de oudste universiteit in Nederland, maar konden we niet naar binnen, omdat het zondag was. In Den Haag was er een rondleiding door het Binnenhof georganiseerd. Daar bezochten we de Ridderzaal, waar jaarlijks de troonrede door de Koning wordt uitgesproken. We waren ook in de plenaire zaal van de Tweede Kamer, waar we een discussie over de verschillende partijen voerden. In Den Haag heb ik ook haring geproefd wat verrassend lekker was. Het weer was alleen verschrikkelijk, regen en storm. De top was, toen mijn vrienden en ik in de stad verdwaalden. Toen moesten we het treinstation zelf zoeken en alleen met de trein terug naar Zeist. Tijdens de rit was er een mens aangereden en kon de trein niet verder rijden, dus waren we na 8 uren pas in Woudschoten. Dat was een onvergetelijke dag.

Het Nationale Park De Hoge Veluwe maakte een positieve indruk op ons, hoewel het weer opnieuw slecht was. Behalve de rondleiding door het museum, kregen we ook interessante achtergrondinformatie over de bekendste schilderijen en hun makers waaronder Vincent van Gogh, Pablo Picasso en Piet Mondriaan. Aan de andere kant was de beeldentuin niet zo’n succes. De ongewone vormen van de beelden verhoogden onze nieuwsgierigheid, maar vanwege de regen was het moeilijk om de beelden ten volle te waarderen. Daarom bedachten we een grapje: Dit weekend 30 graden in Zeist, 15 op zaterdag, 15 op zondag.

Tot slot roep ik alle studenten Nederlands op om aan een zomercursus deel te nemen, want jullie zullen er heel veel van profiteren. Tijdens een zomercursus verbeter je je taalvaardigheid en krijg je talloze mogelijkheden om de Nederlandse cultuur te leren kennen. Als je zo’n ervaring op het gebied van taal en cultuur opdoet, dan vergroot je je kansen op de arbeidsmarkt in je eigen land in tegenstelling tot andere studenten die geen zomercursus hebben gevolgd. Je leert ook veel dingen van mensen uit de hele wereld. Ten eerste, beter naar de anderen luisteren en duidelijker praten. Ten tweede, als je tijdens een maand alleen in het Nederlands met andere mensen spreekt, leer je nieuwe woorden, nieuwe uitdrukkingen, verbeter je je uitspraak en begin je in het Nederlands te denken. Ten derde zijn de cultuurverschillen heel leerzaam. Je probeert de anderen te accepteren en dat alles leidt eigenlijk tot een betere multiculturele samenleving.

Onthoud de woorden meerwaarde en vriendschap goed, omdat ze allebei deze belevenis en ervaring omschrijven.

Beste studenten, just do it!

FacebookGoogle+