Jip en Janneke in Bulgarije

Eerstejaars studente Joana Stoyanova schreef een kort verhaaltje bij een tekening van Jip en Janneke door Fiep Westendorp. Haar tekst is geïnspireerd door de Jip en Janneke verhalen van Annie M. G. Schmidt die we in de lessen hebben gelezen. Een mooi resultaat na een semester hard werken!

De brief

Jip en Janneke vinden een brief vlakbij hun huis. Ze vinden de brief interessant en ze openen hem. In de brief zien ze dat hij voor een vrouw is. Haar naam is Maria en zij woont in de Limestraat. jip-jannekeJip en Janneke willen de brief teruggeven. Maar ze weten niet waar de Limestraat is. Omdat ze dat niet weten, gaan ze naar een postkantoor. Daar zeggen ze dat ze een brief hebben gevonden. En ze willen hem teruggeven. Een man die daar werkt, zegt dat hij de brief aan Maria zal sturen. Na één week belt Maria de moeder van Jip en Janneke. Zij zegt dat zij voor haar brief wil bedanken. Maria heeft cadeautjes voor Jip en Janneke en zij wil die aan hun geven. De moeder van Jip en Janneke denkt dat het een goed idee is. Later gaat Maria naar het huis van Jip en Janneke. Zij geeft ze hun cadeautjes en bedankt voor haar brief. Nu weten Jip en Janneke dat het goed is om goede dingen te doen.

FacebookGoogle+

COMENIUS ZOMERCURSUS 2015

Gergana Georgieva en Seleytin Mustafov zijn derdejaarsstudenten in de opleiding Toegepaste Taalkunde aan de universiteit in Veliko Tarnovo. Deze zomer hebben zij aan de Comenius Zomercursus te Boedapest (Hongarije) deelgenomen. Hun medestudente Anna Rusheva praatte met hen over hun belevenissen daar.

Comenius

A.R: Hoe ben je te weten komen over deze zomercursus?

G.G: Ik heb met mijn docenten daarover gesproken en de cursus was op een niveau dat in overeenstemming met mijn taalkennis was.

S.M: Ik wist dat er zulke cursussen in Nederland en België zijn, maar ik wist niet dat er ook een zomercursus voor de landen uit de regio Midden- en Oost-Europa wordt georganiseerd. Onze docent Nikolay Popov stelde ons op de hoogte van de Comenius Zomercursus 2015 en zei dat we er ons aan konden melden, indien we interesse hebben. Lees verder

FacebookGoogle+

Erasmus in Antwerpen

Zopas werd door onze universiteit en de KU Leuven (campus Antwerpen) een contract ondertekend om een Erasmus-uitwisseling te organiseren. Dat betekent dat er het tweede semester van volgend academiejaar (2015-2016) al twee van onze studenten op erasmus in Antwerpen kunnen gaan!

Het departement Toegepaste Taalkunde is gevestigd in hartje Antwerpen. Op die Campus worden de volgende opleidingen georganiseerd: Vertalen, Tolken, Meertalige Communicatie en Journalistiek. Als student in de vertaalopleiding is deze talencampus dus een ideale bestemming!

Ben je benieuwd om te weten welke vakken je in Antwerpen kan volgen? Vertaal- en Tolkwetenschap, Nederlandse Literatuur en Cultuur, Nederlandse Taalkunde, dat zijn slechts enkele voorbeelden.  Klik hier voor het volledige overzicht van het lessenpakket, waaruit je je keuze kan maken. De vakken die je kiest moeten uiteraard aansluiten bij de lessen van het studieprogramma in Veliko Tarnovo.

Wil je je kandidaat stellen? Neem dan tijdig contact op met een van de docenten. Alle de nodige documenten moeten voor 1 oktober 2015 naar de KU Leuven verstuurd zijn. Het international office en de docenten Neerlandistiek zullen je helpen bij de aanvraag en de keuze van de vakken.

Lees verder

FacebookGoogle+

De triomfboog van het Jubelpark

Eén van mijn favoriete plekken in Brussel is het Jubelpark met zijn indrukwekkende triomfboog. Ik ben er  vaak bovenop geweest en je hebt er een heel mooi uitzicht. Het park is vlakbij het Europees Parlement.

Die triomfboog heeft een heel interessante geschiedenis. Koning Leopold II, die ook „koning-architect” werd genoemd, wilde in het veld dat als de Linthoutvlakte bekend stond een speciale triomfboog bouwen, zoals die in Parijs, voor de vijftigste verjaardag van het onafhankelijk België. In 1872 bereidde de architect Gédéon Bordiau de eerste plannen van het gebouw voor. Hij tekende een boog in Romeinse stijl en twee lange tentoonstellingshallen die door het South-Kessington museum in Londen waren geïnspireerd.

De bouw was heel moeilijk en in 1880 was er alleen nog maar een constructie uit gips en hout. De echte bouw begon in 1890. Maar Gédéon Bordiau was heel ziek en werd door de Franse architect Charles Girault opgevolgd. Girault is voor zijn werk aan de Petit Paleis in Parijs bekend. Hij veranderde het plan en maakte drie doorgangen in de triomfboog, niet éen, zoals Bordiau had gepland.

De triomfboog was klaar in 1905, dus 25 jaren na het begin van de bouw, voor de 75e verjaardag van de onafhankelijkheid. Bovenop werden er beelden van Apollo en Mercurius en ook het Belgische wapenschild geplaatst.

Vandaag zijn het Jubelpark en de triomfboog een plaats voor ontspanning en cultuur. In het park zijn er enkele fonteinen, de Grote Moskee van Brussel en het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium. De twee hallen huisvesten drie musea: het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, Autoworld en de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis.

FacebookGoogle+

Ons Kookboek – na de bijbel het meest verkochte boek

Voor degenen die het niet kennen, kan het prestige van dit boek een beetje overdreven voorkomen, maar het wordt inderdaad als de bijbel van de Vlaamse kookboeken gezien. Soms kan je ook horen dat Ons Kookboek de moeder is van de kookboeken in Vlaanderen. De eerste druk van het boek gebeurde in 1927 en sindsdien zijn er 2,5 miljoen exemplaren verkocht. Dit zorgt ervoor dat deze “keukenhulp” het meest verkochte Vlaamse kookboek is.

Voor het eerst verscheen het boek als een handleiding bij de cursus Koken en voeding van de Boerinnenbond (Katholiek Vormingswerk van Landelijke Vrouwen). Het was 158 pagina’s lang en bevatte recepten van producten die men op het boerenland verbouwde. Tot de dag van vandaag is het boek uitgegroeid tot een erg groot kookboek van ruim duizend pagina’s waarin je nog steeds informatie over de producten van deze tijd kan vinden.

De laatste, d.w.z. de nieuwste editie van het boek werd in 2014 gepubliceerd. Daarin kan je je over nieuwe producten, tendensen en kooktechnieken informeren. Alle recepten zijn opnieuw geschreven, zodat ze zo actueel mogelijk kunnen zijn. Bovendien biedt het boek nieuwe en interessante recepten aan, niet alleen voor het gewone koken, maar ook voor de vegetarische en de vegane keuken. De grote “kookbijbel” beschikt over 1892 recepten (beelden inclusief) die omvatten alle gerechten van de dagelijkse tot de gastronomische keuken.

“Ons kookboek” kan je helaas alleen in België krijgen. Geen paniek! Er bestaat ook een mogelijkheid voor degenen die nog geen bezoek in Vlaanderen hebben gepland. Op de webpagina www.onskookboek.be heb je toegang tot een enorme hoeveelheid recepten. Elk recept gaat gepaard met een mooie foto van het klare gerecht en vertelt zowel over de nodige producten als over kooktechnieken en tips rondom de voorbereiding.

Kijk nu naar de pagina en begin te watertanden bij de aanblik van alle lekkere aanbiedingen! Ben je al hongerig?

FacebookGoogle+

Veliko Tarnovo mag deze zomer vijf studenten op cursus sturen

Tweedejaars en vierdejaars in gesprek

Merin Dzhemalova nam vorig jaar in het Nederlandse Zeist deel aan de zomercurus Nederlands van de Nederlandse Taalunie. Anna Rusheva sprak met haar over haar belevenissen daar. Voor de vijf studenten die deze zomer vertrekken, licht Merin alvast een tipje van de sluier.

Anna: Hoe werkt dat? Kan je ons een beetje informatie geven?
Merin: ‘Je moet je eerst aanmelden via de website van de Taalunie en dan krijg je een brief dat je ingeschreven bent. Daarna in februari nemen ze contact op met de docenten hier en vragen informatie over de studenten.’

‘Daarna in april moet je een online test doen om je niveau te bepalen en daarna als je in Nederland of België bent, heb je een mondeling gesprek met jouw docenten, om nog een keer je niveau te bepalen.’

Anna: En wat doe je daar precies tijdens de cursus?
Merin: ‘De cursus duurt drie weken en we zijn met dertig deelnemers. We worden in verschillende groepen verdeeld en hebben een boek met verschillende oefeningen en verschillende onderwerpen. We hebben tot 12 uur les en daarna lunchen we. Dan hebben we een lezing of kijken we een film of gaan we een andere stad bezoeken.’

Anna: Hoeveel studenten van onze universiteit kunnen deelnemen?
Merin: ‘Voor alle Bulgaarse studenten is er alleen maar één plaats in Nederland en één plaats in België. Ik heb iedereen geadviseerd te gaan! Dit jaar hebben ze een uitzondering gemaakt, want ik mag een tweede keer op cursus. We gaan dus met drie studenten op cursus in plaats van twee, wat eigenlijk het maximum was.

Deze zomer vertrekken vijf van onze studenten op zomercursus Nederlands. Veselka Marinova zal te gast zijn in Zeist (cursus Nederlandse Taalunie). Merin Dzhemalova en Svetoslava Petkova nemen deel aan de zomercursus in Gent (cursus Nederlandse Taalunie). Seleytin Dzhelilov en Gergana Georgieva zullen in Boedapest aan de Comenius zomercursus deelnemen. Wij kijken alvast uit naar hun leerrijke ervaringen daar!

FacebookGoogle+

Red het Nederlands van de managerscultuur – De Standaard

WAAROM IS HET TAALONDERWIJS HET KIND VAN DE REKENING?

Red het Nederlands van de managerscultuur

Buiten ons taalgebied leren momenteel ongeveer 400.000 mensen Nederlands op allerlei niveaus

Dat de Taalunie een groot deel van haar steun aan lessen Nederlands in het buitenland wil terugtrekken, vinden Judit Gera, Matthias Hüning, Marc van Oostendorp en Johan Oosterman te betreuren. Vakgroepen Nederlands zijn vandaag immers haast even belangrijk als ambassades.

Wie? Hoogleraren Nederlands aan Eötvös Loránd Universiteit (Boedapest), Freie Universität (Berlijn), Meertens Instituut (Amsterdam) en Radboud Universiteit (Nijmegen).

Wat? De bezuinigingen die de Taalunie heeft opgelegd gekregen, worden onevenredig op onderwijs van Nederlands in het buitenland afgewenteld.

Als je een taal wil koesteren, moet je er in de eerste plaats voor zorgen dat steeds nieuwe mensen die taal leren. Wie wil dat een middelgrote taal als het Nederlands op het internationale toneel zichtbaar blijft, moet er in de eerste plaats op toezien dat er steeds weer nieuwe docenten en vertalers worden opgeleid die de taal voldoende beheersen – die de literatuur kunnen vertalen, die ontwikkelingen in de ­Lage Landen kunnen toelichten in de eigen media, enzovoort.

De belangrijkste taak voor een overheidsorganisatie die tot doel heeft om een taal te beschermen, is daarom: investeren in het onderwijs. Het Nederlands beschikt over zo’n organisatie, de Taalunie, waarin de Nederlandse, Vlaamse en Surinaamse regeringen samenwerken op het gebied van taalbeleid. Tot onze verontrusting blijkt die organisatie nu onlangs te hebben besloten een zeer groot deel van de steun voor het onderwijs Nederlands in het buitenland in te trekken. De klap is groot en treft veel opleidingen; hij zal de positie van het Nederlands wereldwijd ernstig aantasten.

Geen bijbaantje

Aan de belangstelling onder studenten ligt het niet. In tal van landen – vooral binnen maar ook buiten Europa – zijn er grote groepen studenten geïnteresseerd in het Nederlands, in Nederland en Vlaanderen en hun cultuur. Volgens cijfers van de Taalunie (2014) leren momenteel ongeveer 400.000 mensen buiten het taalgebied Nederlands op allerlei niveaus.

De Taalunie heeft het belang daarvan decennialang ingezien en het onderwijs in het Nederlands als Vreemde Taal in het buitenland op allerlei manieren gesteund. Zo worden er zomerscholen in Nederland en Vlaanderen georganiseerd waar studenten uit de hele wereld naartoe komen, om direct in aanraking te komen met de Nederlandstalige cultuur. Ook krijgen Nederlandse en Vlaamse docenten die in bijvoorbeeld Hongarije of Roemenië lesgeven aan de universiteit een toelage van de Taalunie om hun salaris op een redelijk niveau te houden. Een beginnende docent in Hongarije krijgt van de universiteit bijvoorbeeld slechts 300-400 euro per maand voor een voltijdse aanstelling.

Het gaat alles bij elkaar maar om kleine bedragen – de totale begroting voor dit onderdeel bedraagt niet meer dan 2 miljoen per jaar –, maar voor de positie van onze taal in de wereld zijn ze van wezenlijk belang. Je kunt een taal niet goed leren wanneer je nooit de landen kunt bezoeken waar die taal gesproken wordt, of wanneer er onder je docenten niemand is die de taal als moedertaal spreekt. Zo’n docent kan aan de andere kant niet iemand zijn die toevallig in een universiteitsstad woont en een bijbaantje zoekt – een taal doceren eist professionele kennis en ervaring.

Profiteren

Vakgroepen Nederlands zijn in deze tijd in sommige opzichten minstens even belangrijk als ambassades. Ze maken namelijk dat de culturele dynamiek in Europa gehandhaafd blijft. Op die manier ontstaat een Europees bewustzijn. Vakgroepen moderne talen zijn de steunpilaren van die dynamiek. Dat geldt ook buiten Europa, waar door de bezuinigingen bijvoorbeeld het Erasmus Talen Centrum in Indonesië – een belangrijk land met oude banden – gesloten dreigt te worden. De Taalunie kan zich niet permitteren de Nederlandse taal en cultuur op deze manier te benadelen.

Sinds enkele jaren is er bij de Taalunie een andere, ‘zakelijkere’ managerscultuur gaan heersen. Naar nu blijkt is het onderwijs daarin in tijden dat er bezuinigd wordt, kennelijk minder belangrijk. Van de Nederlandse en Vlaamse politiek heeft de Taalunie grote bezuinigingen opgelegd gekregen. Naar onze indruk worden die bezuinigingen nu onevenredig op het onderwijs Nederlands in het buitenland afgewenteld.

Door de bezuinigingen dreigen op termijn allerlei culturele contacten verloren te raken. Vanwege een paar eurocenten zal de wereld in de toekomst minder weten over Nederland en Vlaanderen en hun literatuur en cultuur.

De Taalunie maakt zich daarover weinig zorgen, lijkt het; tegelijk met de bezuinigingen kwam naar buiten dat ze dit najaar een grootse feestelijke ‘Week van het Nederlands’ houden, om te vieren dat er een nieuw Groen Boekje verschijnt. Als de bezuinigingen niet worden teruggedraaid, wordt dat een wrange feestweek voor de taal die de Taalunie eigenlijk zou moeten dienen.

Red het Nederlands van de managerscultuur – De Standaard.

Lees verder

FacebookGoogle+

Kan jij deze tekst vertalen?

Het vierde jaar daagt je uit!

Deze Vlaamse tekst werd in Nederland verspreid door het Vlaamse radioprogramma Hautekiet. De vraag luidde eenvoudigweg: probeer deze tekst te begrijpen. Voor Nederlanders bleek het een onbegrijpelijke tekst te zijn.

Kunnen jullie deze Vlaamse tekst naar het Nederlands te vertalen?

Bomma heeft in de solden zwarte pens, salami en botten gekocht. Het was een ander paar mouwen om nog fruitsap, kipkap en fondant te vinden.

Bij valavond kwam bomma’s dochter op bezoek. Ze durfde niet uit de biecht te klappen want ze vond het ambetant om te vertellen dat ze gebuisd was en op kot veel gepoept had. Dus stoefte de dochter maar wat over de smoutebollen die ze had gebakken.

Daarna was ze ribbedebie want ze moest dringend langs de mutualiteit en het interimkantoor. Bij deze laatste viel ze over een aftrekker die tegen de chambrant stond.

Daarna had ze nog weinig goesting om ook nog langs de flikken te gaan. Echt niet plezant.

Kijk hieronder de vertaling door onze vierdejaars.
Lees verder

FacebookGoogle+